Voor digitalisering is de subsidiediscussie grotendeels beslecht, en de meeste ondernemers weten dat nog niet. Sinds 1 februari 2026 kan je bij de kmo-portefeuille voor de dienst advies nog maar één onderwerp indienen: cybersecurity. Digitalisering in brede zin, procesadvies, softwarekeuze, alles wat vroeger onder die noemer paste, valt weg. En de VLAIO-subsidie voor digitale transformatieprojecten is gesloten.
Dat is vervelend nieuws voor wie zijn planning had opgehangen aan steun die er niet meer is. Maar het maakt ook iets duidelijk dat ik al langer zeg: als een project alleen doorgaat omdat er subsidie voor bestaat, was het waarschijnlijk niet het juiste project.
Wat er sinds 1 februari 2026 veranderd is
De Vlaamse Regering besliste op 23 januari 2026 om de kmo-portefeuille fors in te perken. De regeling bestaat nog, maar het luik advies is teruggebracht tot één thema. Wie een externe partij wil laten meekijken naar zijn digitale systemen en daar steun voor hoopte te krijgen, komt niet meer in aanmerking, tenzij het gesprek écht over cybersecurity gaat. VLAIO legt de nieuwe regels uit op zijn eigen nieuwspagina.
Om te tonen hoe groot die ingreep is: in 2025 dienden bijna 55.000 ondernemingen samen meer dan 125.000 aanvragen in bij de kmo-portefeuille. Dat is geen randmaatregel, dat is het meest gebruikte steuninstrument voor Vlaamse KMO's. Sinds 1 januari 2026 kregen ook erkende maatwerkbedrijven er toegang toe, dus de regeling wordt tegelijk breder in doelgroep en smaller in inhoud.
Wat er nog wel overblijft
De dienst opleiding blijft bestaan voor de acht bestaande thema's, en digitalisering is daar één van. Wil je je mensen laten opleiden in een pakket dat je al gebruikt, of in de basis van datastructuur en informatiebeheer, dan kan dat nog altijd. Het plafond blijft 7.500 euro steun per jaar. Een kleine onderneming krijgt standaard 30% terug, een middelgrote 20%. Voor cybersecurity ligt dat op 45% en 35%, en dat percentage geldt daar zowel voor advies als voor opleiding. Het minimumprojectbedrag is 100 euro voor opleiding en 500 euro voor advies. De actuele voorwaarden staan op de pagina van VLAIO.
Dat cybersecurity als enige thema overblijft, aan het hoogste percentage, is intussen een reëel argument om dat onderwerp eindelijk eens te laten doorlichten. Bij veel KMO's zit het grootste risico niet in een spectaculaire aanval maar in de eenvoudige vragen: wie heeft nog toegang, waar staan de back-ups, wie beheert de domeinnaam. Dat overlapt sterk met wat ik beschrijf in het stuk over wanneer je website een risico wordt in plaats van een troef.
De fiscale route die veel KMO's over het hoofd zien
Terwijl de subsidiekant smaller werd, bleef de fiscale kant open. Voor e-facturatie geldt een verhoogde kostenaftrek van 120% voor de aanslagjaren 2024 tot en met 2027, voor kleine vennootschappen en zelfstandigen. Dat slaat op rechtstreekse kosten: het abonnement op je factureringspakket, advieskosten, en de meerprijs voor e-facturatiefunctionaliteit als die apart op de factuur staat. Afschrijvingen tellen niet mee. Daarnaast bestaat er sinds 1 januari 2025 een verhoogde investeringsaftrek van 20% voor digitale investeringen. De details staan op efactuur.belgium.be.
Dat is minder zichtbaar dan een subsidie, want er komt geen goedkeuringsbrief bij en niemand belt je erover. Het loopt gewoon mee in je aangifte. Maar voor een uitgave die je toch al moest doen sinds e-facturatie in België verplicht werd, is het de eenvoudigste vorm van steun die er bestaat. Vraag je boekhouder gewoon of hij die aftrek toepast.
Waarom een subsidie je keuze stuurt
Nu de regels zo veranderd zijn, is het goed om te zien wat subsidies eigenlijk met je beslissingen doen. Het mechanisme werkt namelijk verkeerd om. Je kiest niet de beste oplossing voor je situatie, je kiest de beste oplossing die in aanmerking komt. Als steun enkel geldt via erkende dienstverleners, selecteer je op erkenning en niet op geschiktheid. Als steun enkel geldt voor bepaalde types trajecten, buig je je eigen behoefte tot ze in het kader past.
Een subsidie verandert wat je betaalt. Ze verandert niet of de investering zinvol was.
Ik heb dat de voorbije jaren geregeld gezien. Een bedrijf met een twintigtal mensen dat een traject opstartte omdat de steun aflopend was, niet omdat het probleem dringend was. Zes maanden later lag het rapport in de la en was het echte knelpunt, een offerteproces dat op één persoon draaide, nog altijd niet aangeraakt. Dat patroon is zo herkenbaar dat ik er een apart stuk over schreef, over waarom digitaliseringsplannen na zes maanden verdwijnen.
Waarom de rekensom vaak tegenvalt
Er zit ook een nuchtere kant aan. Bij 30% steun betaal je nog altijd zeven op de tien euro zelf, plus de tijd van je eigen mensen, plus het administratieve werk van de aanvraag. Voor een adviestraject van een paar duizend euro praat je over een verschil van enkele honderden euro's. Dat is geld, maar het is zelden het bedrag dat de beslissing zou moeten kantelen.
Daar komt de timing bij. Een aanvraag heeft een procedure, een goedkeuringstermijn en voorwaarden waaraan de uitvoering moet voldoen. Wie vandaag een concreet probleem heeft, wacht daar niet graag op. En er is het psychologische effect: een gesubsidieerde beslissing voelt lichter aan, waardoor ze minder streng bekeken wordt. Precies op het moment dat je scherper zou moeten kijken, kijk je losser. Soms is de eerlijke conclusie dat je beter even niets doet tot de vraag scherper is.
Wanneer steun wel de moeite is
Ik ben niet tegen subsidies. Ze zijn nuttig wanneer de beslissing al vaststond op inhoudelijke gronden, wanneer het gesteunde traject aansluit bij wat je bedrijf echt nodig heeft en niet omgekeerd, en wanneer de steun de uitvoering versnelt zonder je keuzelogica te vertekenen. In die volgorde werkt het.
De beslisregel
Wel doen: eerst bepalen wat je nodig hebt en wat het waard is, daarna pas kijken of er steun bestaat die daarbij past. Als het antwoord nee is, voer je het gewoon uit.
Niet doen: een project starten omdat de steun afloopt, of een dienstverlener kiezen omdat hij erkend is in plaats van omdat hij de juiste is.
Voor wie nu een externe blik zoekt op zijn digitale systemen, is de eerlijke boodschap dat die niet langer gesubsidieerd is, tenzij het over cybersecurity gaat. Dat verandert de rekensom, en het verandert ze niet in mijn voordeel. Ik schreef er open over in het artikel wat een digitale adviseur kost en wanneer hij zichzelf terugverdient, want dat gesprek voer je beter met de volledige cijfers op tafel.
De concrete eerste stap is klein. Zet op één blad de twee of drie digitale knelpunten waar je dit jaar echt last van hebt, met per knelpunt wat het je kost aan tijd of aan gemiste opdrachten. Kijk daarna pas of er ergens steun voor bestaat. Blijkt van niet, dan weet je tenminste of het knelpunt groot genoeg is om er zelf voor te betalen. Twijfel je over die oefening, dan geeft de digitale keuzes-quiz je in vijf minuten een eerste richting.