Team en adviseur bekijken samen de digitale werking van een KMO tijdens een overleg
6 min leestijd

Wat we leren in de eerste drie maanden bij een nieuwe klant

In het intakegesprek beschrijft een zaakvoerder hoe zijn bedrijf werkt. Dat verhaal klopt zelden helemaal, en dat is geen verwijt. Het is het gevolg van tien jaar organisch groeien: er komt telkens iets bij, mensen passen zich aan, en op een bepaald moment beschrijft het officiële verhaal niet meer de dagelijkse praktijk. Niemand merkt dat, want iedereen zit erin.

Wat ik in de eerste drie maanden bij een nieuwe klant leer, is dus vooral waar die kloof zit. Hieronder staan de patronen die bijna altijd terugkomen, en wat je eruit kan halen zonder dat je daarvoor iemand moet inhuren.

Waarom het verhaal en de praktijk uit elkaar lopen

De eerste weken bestaan uit meekijken. Niet in dashboards, maar over de schouder van wie het werk doet. Ik vraag een medewerker om te tonen hoe een offerte vandaag ontstaat, en dan zie ik vier stappen die in geen enkel handboek staan. Een export naar Excel omdat het pakket iets niet aankan. Een kopie in een map op de server omdat iemand ooit iets is kwijtgeraakt. Een mailtje naar de boekhouder omdat het veld in het systeem niet klopt.

Elk van die stappen is ooit een verstandige oplossing geweest voor een echt probleem. Samen vormen ze een proces dat niemand meer kan uitleggen en dat volledig afhangt van de mensen die het toevallig kennen. Dat is niet dramatisch. Het wordt pas dramatisch wanneer een van die mensen vertrekt.

De vier patronen die ik bijna altijd terugvind

1

Het abonnement dat doorloopt op de kredietkaart

Een tool van 39 euro per maand die drie jaar geleden is aangekocht en al twee jaar door niemand geopend wordt. Hij staat op de privékredietkaart van de zaakvoerder of op een kaart van het bedrijf, en op de rekeningafschriften valt hij niet op tussen de rest. Bij de meeste KMO's vind ik zo twee tot vijf regels terug. Het gaat zelden over grote bedragen, maar het toont dat niemand de lijst beheert.

2

De ene persoon die alles weet

In elk bedrijf van vijf tot honderd mensen zit iemand die als enige weet hoe de koppeling tussen twee systemen werkt, waar de facturatiesjablonen staan en wat het wachtwoord van de domeinnaam is. Vaak is dat niet de IT-verantwoordelijke maar iemand van de administratie die het er jaren geleden bijnam. Die persoon is loyaal en competent, en precies daarom valt het niemand op dat het een risico is.

3

De map met bestandsnamen op datum

Offerte_klantnaam_v3_DEF_20240912_finaal.docx. Waar zo een map bestaat, is er nooit afgesproken wat waar hoort en wie mag opruimen. Meestal ligt er ook al een SharePoint of een Google Drive klaar die betaald wordt en die half gebruikt wordt naast de oude netwerkschijf. Dat is bijna altijd een afsprakenprobleem en geen toolprobleem, wat ook meespeelt bij de functies van Microsoft 365 die stil blijven liggen.

4

Het systeem dat is gekocht voor iemand die er niet meer werkt

Een planningstool, een marketingpakket of een tijdsregistratie die is aangeschaft omdat één medewerker erom vroeg en er goed mee kon werken. Die medewerker is intussen weg. Het systeem draait door, twee collega's gebruiken er tien procent van, en niemand durft het te schrappen omdat er data in zit. Dat laatste argument is terecht, en het is ook precies de reden waarom je nooit iets opzegt voor je een export gemaakt hebt.

Waar het geld blijkt te zitten

In de tweede maand wordt het financiële plaatje scherp. Dan leg ik de boekhoudkundige lijst van terugkerende kosten naast de lijst van wie welke tool effectief opent. Die twee lijsten overlappen bij een gemiddelde KMO voor ongeveer driekwart. Het verschil zit in vergeten abonnementen, in licenties voor mensen die vertrokken zijn, en in dubbele functionaliteit waar je twee keer voor betaalt.

Het grootste bedrag zit meestal niet in software. Het zit in een maandelijkse retainer bij een bureau waarvan al twee jaar niemand meer heeft gevraagd wat hij oplevert, of in advertentiebudget dat doorloopt zonder dat er nog iemand naar de cijfers kijkt. Wat er dan concreet sneuvelt, beschrijf ik in het stuk over wat er als eerste geschrapt wordt.

De vraag is nooit of iets ooit zinvol was. De vraag is of iemand vandaag nog kan uitleggen waarom je het betaalt.

Wat ik in drie maanden niet leer

Ik wil eerlijk zijn over de grenzen. In drie maanden zie ik hoe het werk loopt en waar het geld heen gaat. Wat ik niet leer, is hoe de verhoudingen tussen mensen echt liggen. Wie er al vijftien jaar met wie overhoop ligt, hoor ik pas veel later, en soms nooit. Toch is dat vaak de echte reden waarom een systeem niet gebruikt wordt.

Ik zie ook niet hoe je bedrijf presteert onder druk. Een proces dat in juni prima loopt, kraakt misschien in de drukke maanden. En ik ken je klanten niet. Wat een zaakvoerder mij in drie maanden vertelt, is een samenvatting, en samenvattingen laten weg wat vanzelfsprekend lijkt. Meestal zit daar net het probleem.

Hoe je zelf leert kijken

Je hebt geen buitenstaander nodig om deze patronen te vinden. Je hebt vooral de gewoonte nodig om te vragen wat iedereen normaal vindt. Vraag deze maand aan drie medewerkers om te tonen hoe ze één taak uitvoeren, zonder te zeggen hoe het zou moeten. De afwijkingen die je ziet, zijn je werklijst.

Drie vragen die je zelf kan stellen

Aan je boekhouder: geef mij alle terugkerende softwarekosten van de voorbije twaalf maanden, met de leverancier erbij.

Aan je team: welke stap in je werk doe je omdat het systeem het niet aankan.

Aan jezelf: wat valt er stil als de persoon die het meeste weet drie weken ziek is.

De eerste stap die deze week al iets oplevert

Begin met de kredietkaartafschriften van het afgelopen jaar en zet elke terugkerende betaling op één lijst, met daarnaast een naam van wie ervoor verantwoordelijk is. Waar je die naam niet kan invullen, heb je iets gevonden. Meer signalen van dat type staan in het overzicht van signalen dat je digitale setup niet klopt.

Wat er daarna gebeurt, hangt vooral af van de opvolging. Een lijst zonder eigenaar en zonder datum verdwijnt, en dat is precies hoe plannen na zes maanden in een la belanden. Wie het wel volhoudt, ziet na een halfjaar vooral gedrag veranderen en niet zozeer de tools, zoals ik beschrijf in wat een klant na zes maanden anders doet.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voor een digitaal adviseur je bedrijf echt kent?

Reken op drie maanden voor een buitenstaander een KMO van vijf tot honderd mensen echt begrijpt. De eerste weken leveren de feiten op, zoals welke software er draait en wat ze kost. Pas na twee tot drie maanden wordt duidelijk hoe beslissingen er genomen worden, en dat bepaalt of een advies uitgevoerd raakt of niet.

Hoeveel tijd kost zo een begeleiding mij per maand?

Bij een lopende sparringformule is dat in de praktijk twee tot vier uur per maand: een overleg van een uur en wat mailverkeer tussendoor. Het meeste werk gebeurt buiten jouw agenda. Wat wel tijd vraagt, is het uitvoeren van de afspraken zelf, en dat gebeurt door je eigen mensen.

Wat als er niets ernstigs uit de eerste maanden komt?

Dat gebeurt, en dan zeg ik dat. Meestal blijven er dan twee of drie kleine dingen over, zoals een abonnement opzeggen of afspreken wie eigenaar is van welk systeem. In dat geval is doorgaan met een maandelijkse begeleiding zonde van je geld en stop je beter na de eerste opdracht.

Zit ik vast aan een contract van drie maanden?

Nee. Een Digitale Scan is een eenmalige opdracht van 900 tot 1.500 euro met een duidelijk eindpunt. De sparringformules starten vanaf 250 euro per maand en lopen maand per maand, zonder minimumduur en zonder automatische verlenging voor een jaar. Stoppen kan tegen het einde van de lopende maand.

Klaar voor wat digitale duidelijkheid?

Plan een vrijblijvend gesprek. Je hoeft niets voor te bereiden, gewoon eerlijk vertellen hoe het er digitaal aan toe gaat in je bedrijf.

Plan gratis gesprek